vrijdag 4 april 2014

Kop op



In het ziekenhuis was de bezoektijd ruim. Je mocht om half 9 's morgens al komen en dit duurde tot half 10 's avonds. Er was alleen een rusttijd van één tot drie uur. In die twee uur moest ik mezelf zien te vermaken. Omdat er een groot overdekt winkelcentrum in de buurt was stapte ik op de bus. Er was een christelijke winkel waar ik zou gaan kijken voor wat posters voor op zijn kamer. Deze wilde ik inlijsten. Aan gekomen op het winkelcentrum voelde ik een zwaarmoedigheid over me komen. Ik liep daar met mijn ziel onder mijn arm. Ik voelde me zo intens verdrietig. Toen ik de winkel binnen stapte kwam ik die vrouwen van mijn kerk tegen. Of het zo moest zijn. Ik viel ze alle drie in de armen en huilde. Zij waren op zoek naar een mooie kaart voor Nick. Ik vertelde over zijn kamer en wees naar een paar schilderijen die ik mooi vond. Maar ik vond het te duur, zijn kamer had al een hoop geld gekost. Ze besloten deze met z'n drieën voor Nick te kopen. Wat een liefde! Terwijl wij staan te praten zie ik ineens een oude vriend van me in de winkel lopen. Hij komt vrolijk op ons af. Ik zeg tegen één van de vrouwen dat ik zelf niet kan vertellen wat er aan de hand is. Ik ben te emotioneel. Zij vertelt het aan hem. Maar hij reageert helemaal niet zoals ik verwacht had. De meeste mensen zeggen dat ze het vreselijk vinden en niet weten wat ze moeten zeggen. Hij verteld me dat de artsen zoveel kunnen zeggen maar dat God wonderen kan doen, je zult het zien zegt hij met een vrolijk gezicht. Niet de moed verliezen hoor, en weg is hij. Verbaasd blijf ik achter. Maar hij zal niet de enige zijn die dit zegt, blijkt later.

Gehaast loop ik snel naar de bus terug. Mijn hart is eigenlijk een beetje blij. Raar in deze omstandigheid. Ik heb niet veel tijd meer en moet om drie uur in het ziekenhuis zijn voor nog een gesprek met de arts. Wachtend bij de bushalte vraag ik me af of ik voldoende geld op mijn ov chipkaart heb staan. Ik heb geen tijd meer om hem ergens op te laden want dat is zeker een half uur lopen heen en terug. De bus stopt en ik stap in. Ik houd mijn kaart voor het apparaat en het zegt dat er te weinig saldo op mijn kaart staat. Hulpeloos kijk ik de chauffeur aan en vraag 'wat nu?' Ga maar zitten zegt de chauffeur vriendelijk. In mijzelf zeg ik een gebed van dank. Ik ben op tijd voor het gesprek in het ziekenhuis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen